Wat is Duchenne Spierdystrofie?

Duchenne Spierdystrofie is een spierziekte

Als je met Duchenne Spierdystrofie (Duchenne Muscular Dystrophy, DMD) wordt geboren, breken je spieren langzaam af en word je steeds minder sterk. Duchenne komt met name voor bij jongens. Kinderen met Duchenne Spierdystrofie vallen vaak en kunnen niet goed rennen.

Rond het 10levensjaar krijgen de meeste kinderen al problemen met lopen en raken afhankelijk van een rolstoel. Ook wordt het steeds moeilijker om de armen te gebruiken. En als de spieren die voor ademhalen nodig zijn te zwak worden, is beademing nodig. Duchenne Spierdystrofie is uiteindelijk fataal omdat ook de hartspier steeds zwakker wordt.

Als je Duchenne Spierdystrofie hebt, mis je een eiwit dat zorgt voor de stevigheid van spiercellen

Duchenne Spierdystrofie wordt veroorzaakt omdat het eiwit niet kan worden gemaakt door een fout op het X-chromosoom. Dat eiwit is nodig voor de stevigheid van de spiercellen. Omdat deze fout op het X-chromosoom zit, zijn het vooral jongetjes die Duchenne Spierdystrofie hebben. Wereldwijd is dat aantal 1 op de 3500 jongetjes. In totaal meer dan een kwart miljoen. 

De levensverwachting is toegenomen door verbeterde medicatie en beademingsmogelijkheden

Dankzij beademing en het gebruik van (hart)medicatie is de levensverwachting van kinderen met de ziekte van Duchenne de afgelopen jaren toegenomen. De helft van de patiënten met de ziekte wordt nu ouder dan 30 jaar.

Duchenne Spierdystrofie wordt veroorzaakt door mutatie (beschadiging) van het dystrofine gen

Duchenne Spierdystrofie (internationaal DMD ‘Duchenne Muscular Dystrophy’) is één van de meest voorkomende erfelijke ziektes bij mensen. Ongeveer één op de 3500 jongens, wereldwijd, wordt geboren met deze ziekte, die veroorzaakt wordt door een mutatie of beschadiging van het dystrofine – (of duchenne) gen. De structuur van het gen werd al vastgesteld in 1986. Het is het langste gen dat ooit beschreven is. Een gen heeft meestal zo’n 22 exonen, deeltjes van het gen met informatie voor het te maken eiwit. Het dystrofine gen heeft 79 exonen en kent daarom alleen al 4x zoveel verschillende variabelen. Dat maakt het onderzoek naar de spierziekte ook zo verschrikkelijk ingewikkeld.

Het dystrofine gen bevindt zich op het X-chromosoom

Het dystrofine gen bevindt zich op het X-chromosoom. Jongens met Duchenne Spierdystrofie hebben in alle lichaamscellen naast hun Y-chromosoom slechts één X-chromosoom. Hierdoor kan een beschadiging op het X-chromosoom niet gecompenseerd worden. Vrouwen hebben niet één, maar twee X-chromosomen. Het tweede intakte chromosoom zorgt daarom bij hen voor compensatie. Hierdoor hebben vrouwen -zelfs als zij een beschadigd dystrofine gen hebben- meestal geen klinische symptomen. Maar ook hierop zijn uitzonderingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een moeder die genetisch draagster is, zelf geen klachten heeft maar wel Duchenne Spierdystrofie kan overbrengen aan haar kinderen.

Van de ruim 30% moeders van Duchenne -zonen die geen draagster zijn van het gen, wordt de spierziekte veroorzaakt door een nieuwe mutatie. In zo’n geval heeft de bevruchte eicel een beschadiging van het gen opgelopen.

Het is ook mogelijk dat de moeder meerdere eicellen met het beschadigde gen heeft. Dit wordt kiemcel mosaicïsme genoemd. Deze ontstaansvorm wordt veroorzaakt door een eerdere mutatie gedurende de lichamelijke ontwikkeling van de moeder. Voor Duchenne moeders die geen draagster zijn wordt hierdoor het risico op nog een kind met Duchenne Muscular Dystrophy (DMD) verhoogd tot ca 7%.

Het erfelijkheidsrisico van Duchenne Spierdystrofie is 50%

Het risico dat de kinderen van een draagster het beschadigde gen erven is 50%. Dit betekent dat 50% van alle jongens waarvan de moeder gen-draagster de ziekte krijgen. Op hun beurt zullen 50% van de meisjes gen- draagster worden. Dit risico blijft hetzelfde voor alle volgende kinderen van deze moeder en is niet lager in gezinnen waar al een kind de spierziekte heeft. Er zijn dan ook families met twee of meer zonen met Duchenne Spierdystrofie. Aan de andere kant kan het zijn dat de moeder draagster is, maar dat de ziekte in de familie onbekend is. Omdat geen broertjes of ooms het beschadigde gen heeft geërfd of omdat bij hen een onjuiste diagnose was/is gesteld.

Zussen, tantes, nichten en oma van moederszijde van een Duchenne patiënt kunnen soms ook draagster zijn zonder dat zij dit weten en hebben zodoende een verhoogde kans om een zoon te krijgen met deze ziekte en/of het draagsterschap door te geven aan een dochter.

Afgezien van de kans op een zoon met Duchenne, kan het draagsterschap ook gevolgen hebben voor de eigen gezondheid. Ongeveer 10% van de draagsters kan gedurende het leven hartklachten (cardiomyopathie) ontwikkelen ten gevolge van het dragerschap. Draagsters komen om deze reden in aanmerking voor cardiologisch onderzoek om te bezien of een preventieve behandeling met medicijnen nodig is.

Familiebrief

Mogelijke draagsters komen in aanmerking voor een afspraak met een klinisch geneticus. Dit is een medisch specialist in de menselijke erfelijkheid. De klinisch geneticus geeft uitleg over de wijze van overerven en kan draagsterschap aantonen of uitsluiten door het verrichten van DNA onderzoek in bloed. Desgewenst kan de mogelijkheid van DNA onderzoek tijdens de zwangerschap besproken worden. Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen of vrouwen uit een Duchenne-familie op de hoogte zijn van de kans op draagsterschap. Via een zogeheten ‘familiebrief’ kunnen overige familieleden die een risico lopen op de hoogte worden gesteld van de erfelijkheid.

Lees meer over dit onderzoek van Paula Helderman-van den Enden, klinisch geneticus (in Leiden en Maastricht).

Becker Spierdystrofie is de mildere variant van Duchenne Spierdystrofie

  • Bij ongeveer 60% van de Duchenne patiënten ontbreken delen van het dystrofine-gen.
  • Bij 5% worden delen van het gen verdubbeld.
  • Bij de overige 35% van de patiënten veroorzaken zogenaamde punt mutaties, de spierzwakte.

De ziekte van Becker en de ziekte van Duchenne worden beide veroorzaakt door een fout op het X-chromosoom op de plaats van het dystrofine-gen. Toch hebben jongens met de ziekte van Becker minder klachten dan jongens met de ziekte van Duchenne. Dit komt omdat de fout op het dystrofine-gen bij jongens met de ziekte van Duchenne veel ernstiger is dan de fout in het dystrofine-gen bij jongens met de ziekte van Becker.

De spieren van kinderen met de ziekte van Duchenne maken geen of slechts een zeer geringe hoeveelheid dystrofine aan. De spieren van kinderen met de ziekte van Becker maken nog wel dystrofine aan, maar dit dystrofine is veel kleiner dan normaal en functioneert daarom niet zo goed. Over het algemeen is het ziektebeloop bij deze patienten dan ook minder ernstig.

Doel van het wetenschappelijk onderzoek

Het doel van een effectieve en langdurige therapie voor Duchenne Muscular Dystrophy (DMD) is om de functie van de aanmaak van dystrofine te herstellen. Enerzijds worden de mogelijkheden onderzocht om het correcte dystrofine-gen in te brengen middels gentherapie. Anderzijds wordt onderzocht of het mogelijk is middels meer conventionele methodes zoals medicijnen de gevolgen van het ontbreken van dystrofine te beperken.
Een van de succesvolle onderzoeken betreft “exon skipping“.
Op de pagina “Wat wij doen” kun je meer over onderzoek, zorg en behandeling van Duchenne Spierdystrofie lezen.

Overzicht van onderzoek bij Duchenne Spierdystrofie wereldwijd

Op de website van het Neuromuscular Network Treat NMD staat een gedetailleerd overzicht van de verschillende typen onderzoek om Duchenne Spierdystrofie te stoppen of te behandelen. Het overzicht is geschreven in het Engels door prof. dr. Annemiek Aartsma-Rus, verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

De Nederlandse vertaling van dit overzicht van onderzoek kun je hier downloaden. Dit is vertaald door drs. P.J. (Paul) Blomkwist en mr. P.H. (Patricia) Blomkwist-Markens en is inhoudelijk beoordeeld door prof.dr. Annemieke Aartsma-Rus (LUMC).Lees op de pagina ‘onderzoeksprojecten‘ alle details over de verschillende onderzoeksprojecten waarin Duchenne Parent Project investeert.

Vroege diagnose van Duchenne Spierdystrofie is erg belangrijk

Kinderen met Duchenne Spierdystrofie worden vaak gediagnosticeerd tussen 4 en 6 jaar en soms zelfs veel later. Hoewel sommige studies een lichte verbetering in de leeftijd van diagnose van DMD laten zien, blijft er een vertraging van gemiddeld 2 jaar tussen het moment dat ouders de eerste tekenen zien, met vragen bij een (para)medicus komen en het moment dat er een CK-test wordt gedaan. Om deze vertragingen te beperken, zou neonatale screening (de zogeheten hielprik) voor DMD optimaal zijn, maar dit is tot nu toe alleen beschikbaar in zeer weinig landen. Vroegtijdige herkenning van tekenen die duiden op Duchenne is het beste instrument dat we hebben op dit moment. Vertraagde mijlpalen grove motoriek, Gower’s manoeuvre (opstaan met hulp van handen op knieën en bovenbenen), dikke kuiten en soms ook vertraagde spraak zouden alarmbellen moeten doen rinkelen en zo snel mogelijk moeten worden opgevolgd door een CK-test. Vroege opsporing geeft niet alleen ouders de mogelijkheid om een goede ouder te zijn, maar vroegere diagnose van DMD zal bovendien tijdige toegang tot genetische counseling, standards of care en klinische onderzoeken geven. Bekijk hier een duidelijk filmpje over de eerste tekenen van Duchenne.

Meld je aan voor de nieuwsbrief Aanmelden